Voorbeeldzinnen
- Voorzichtig nam hij haar handen in de zijne.
- Het joch bracht zijn gezicht vlak bij het zijne.
- Hij voelde weer haar schouder en heup tegen de zijne.
- Een talent als het zijne zou niet onopgemerkt zijn gebleven.
- Hij legde de zijne erbovenop en bleef aarzelend staan.
- Ze strekte een arm uit en legde haar hand op de zijne.
- Hij voelde ze toen ze haar hand op de zijne legde.
- Hij zou haar compleet tot de zijne maken.
- Hij wilde dat ze voor altijd de zijne zou zijn.
- Het was tenslotte haar woord tegen het zijne.
- De triomf van de keizer was ook de zijne.
- Het zijne was niet te vergelijken met het hare.
- Hij komt overeind en neemt haar hand in de zijne.
- Heel even maar beroeren haar lippen de zijne.
- De kamer van zijn moeder bevond zich vlak onder de zijne.
- De handen van zijn broer waren even groot als de zijne.
- Hij nam mijn handen in de zijne en wreef ze warm.
- Hij voelde haar dijbenen tegen de zijne.
- Het leek alsof de jongen zijn been tegen het zijne duwde.
- Ze verstijfde en haar blik haakte in de zijne vast.
- Het orakel sprak met een stem die niet de zijne was.
- Faches gitzwarte ogen keken in de zijne.
- Ze zou haar warme heup tegen de zijne drukken.
- Hij pakte haar handen en hield ze in de zijne.
- Heel zachtjes neemt hij mijn handen in de zijne.
- Warm en zacht voelt haar hand aan in de zijne.
- Het wond hem op haar lichaam onder het zijne te voelen.
- Het was misschien veel meer hun strand dan het zijne.
- Ze stak haar arm door de zijne en ze wandelden weg.
- Hij had haar welzijn zwaarder laten wegen dan het zijne.
- Ze ging zitten en bracht haar gezicht vlak bij het zijne.
- Ze hadden precies dezelfde kleur als de zijne.
- Hij wist hoe haar mond op de zijne reageerde.
- Ze kreunde gesmoord en drukte haar mond op de zijne.
- Ze haalde haar hand onder de zijne vandaan.
- Ze deed haar ogen open en keek in de zijne.
- Ze strekte haar hand uit en pakte de zijne.
- Ze steekt een arm door de zijne en trekt hem een eindje mee.
- Hij boog zich naar haar toe en nam haar handen in de zijne.
- Ze rukte aan hem en klemde haar lijf tegen het zijne.
- Het zou neerkomen op haar woord tegen het zijne.
- Hij hield haar handen in de zijne en keek haar aan.
- Hij stak de zijne uit en pakte een pols.
- Aan haar naakte lichaam naast het zijne.
- Ze boog zich naar voren en legde haar hand over de zijne.
- Ze trok haar hand uit de zijne los en keek naar de grot.
- Hij pakte weer een hand en warmde die tussen de zijne.
- Ze rende hem achterna en haakte haar arm door de zijne.
- Hij bleef staren toen hij het zijne wegstak.
- Ze legde een hand op de zijne en kneep erin.
- Ze streek met haar lippen langs de zijne.
- Hij gaf haar een glas wijn aan en klonk met het zijne.
- Ze boog zich naar voren tot haar lippen de zijne ontmoetten.
- Ze bracht haar gezicht tot vlak voor het zijne.
- Ze glimlachte en boog haar gezicht naar het zijne.
- Ze boog zich naar voren en drukte haar lippen op de zijne.
- Ze legde haar hand op de zijne en kneep er even in.
- Hij nam haar hand in de zijne en legde die op zijn knie.
- Hij parkeerde de zijne ernaast en stapte uit.
- Ze stak haar hand uit en legde die op de zijne op zijn been.
- Hij had de zijne net zes maanden geleden gekregen.
- Waar steunde dat gewelf op zijne granieten beeren?
- Ze knikte zwijgend en verborg haar blik voor de zijne.
- Hij lachte naar haar en nam haar hand in de zijne.
- Ze trok haar hand uit de zijne en streelde zijn gezicht.
- Vervolgens nam hij haar hand in de zijne.
- Ik zorg ervoor dat u gedekt wordt door zijne majesteit.
- Ik wist mijn lippen van de zijne los te maken.
- Twee glanzende bruine ogen keken in de zijne.
- Op hetzelfde ogenblik raakte alweer een voet de zijne aan.
- Ik had mijn rugzakje nog en hij de zijne.
- Ik stak mijn hand uit en pakte de zijne.
- Verbitterd tikte ze haar glas tegen het zijne.
- In een impuls legde ik mijn hand troostend op de zijne.
- Glimlachend stak ze haar arm door de zijne.
- Ik aarzel even en leg dan mijn hand op de zijne.
- In haar spel hoorde hij wat het zijne miste.
- Ik weet niet welke van deze huizen het zijne is.
- Ik kon niet nalaten zijne aandacht op dit punt te vestigen.
- Ik nam zijne bevende handen in de mijnen.
- Ik bemerk zijne verbazende schaal niet meer.
- In een opwelling legde ze haar hand op de zijne.
- Hij bekijkt de kamer die iets groter is dan de zijne.
- Hij hield haar hand iets te lang in de zijne.
- Achter hem deed de zanger juist de zijne open en geeuwde.
- Ze drukte haar lijf een laatste keer tegen het zijne aan.
- Burzmali dronk het zijne in een teug leeg.
- Het was alsof hij mijn handen als de zijne wilde gebruiken.
- Toen schoten de scherpe ogen terug naar de zijne.
- Hij merkte haar pas op toen ze haar hand op de zijne legde.
- Verliezen die even zwaar waren als de zijne.
- De koningin zonder weerga sloeg haar ogen op naar de zijne.
- Onwillekeurig kijkt hij hoe haar hand de zijne vasthoudt.
- Hij wijst op de sneeuwscooter naast de zijne.
- Hij staart naar haar hand die de zijne vasthoudt.
- Ietwat onhandig nam hij haar handen in de zijne.
- Hij nam haar handen in de zijne en trok haar naar zich toe.
- Hij hield haar beide handen in de zijne gevangen.
- Hij bad dat hij de zijne niet had vergooid.
- Het gezicht van de boer was vlak bij het zijne.
Veelgestelde vragen over zijne
Wat betekent zijne?
De betekenis van zijne is: Zelfstandige vorm van zijn, derde persoon enkelvoud mannelijk Van zijn 'zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord': een persoon die tot hem behoort
Hoe gebruik ik zijne in een zin?
Je kunt zijne bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Voorzichtig nam hij haar handen in de zijne."
Wat is de juiste spelling van zijne?
De juiste spelling is: zijne.