Voorbeeldzinnen
- Ik zou niet graag met hem vuistje willen drukken.
- Die zaten nu natuurlijk allemaal in hun vuistje om hem te lachen.
- Ze mepte hem met haar kleine vuistje op zijn hoofd.
- Ze eten de belegde boterhammen uit het vuistje op in de tuin.
- Ik lachte in mijn vuistje toen ik aan mijn scherpzinnigheid dacht.
- Hij stompte met zijn vuistje tegen zijn voorhoofd.
- Bij deze vaststelling lachen we in ons vuistje.
- Hij stak zijn kleine vuistje in zijn mond en deed zijn ogen dicht.
- Het jongetje bleef beteuterd achter en staarde naar zijn lege vuistje.
- Ze eten de belegde boterhammen uit het vuistje op in de tuin.
- Zoals gewoonlijk lachte ze in haar vuistje.
- Ze eten de belegde boterhammen uit het vuistje op in de tuin.
- Of kroketten uit het vuistje en broodjes met gehakt.
- Hij zit naast haar en eet zijn boterhammen uit het vuistje.
- Ik lachte in mijn vuistje toen ik aan mijn scherpzinnigheid dacht.
- Hij pakte haar bevallige vuistje in zijn hand.
- Het jongetje knipperde en zwaaide met zijn vuistje door de lucht.
- Bijna stiekem lachte hij in zijn vuistje.
- De hand draaide zich langzaam om en maakte een vuistje.
- Die zaten nu natuurlijk allemaal in hun vuistje om hem te lachen.
- Hij lachte in zijn vuistje en snelde naar het dier toe.
- Het kind klemde de munt in haar kleffe vuistje.
- Pizza en hamburgers met kaas en kaas uit het vuistje.
- De hand van de baby balde zich tot een vuistje.
- Hij stak zijn kleine vuistje in zijn mond en deed zijn ogen dicht.
- Hij keek naar haar op terwijl hij op zijn vuistje kloof.
- Het jongetje knipperde en zwaaide met zijn vuistje door de lucht.
- Die zaten nu natuurlijk allemaal in hun vuistje om hem te lachen.
- Hier en daar geven tellers elkaar een vuistje als ze weer een doos klaar hebben
- Ze houdt iets donkers in haar vuistje waar ze aan likt.
- Af en toe zuigt ze fanatiek op haar piepkleine vuistje.
- Ik lachte in mijn vuistje toen ik aan mijn scherpzinnigheid dacht.
- Het jongetje bleef beteuterd achter en staarde naar zijn lege vuistje.
- Hij stak zijn kleine vuistje in zijn mond en deed zijn ogen dicht.
- Het jongetje knipperde en zwaaide met zijn vuistje door de lucht.
- Het jongetje bleef beteuterd achter en staarde naar zijn lege vuistje.
- Hij schudde zijn kleine vuistje tegen de laatste spreker.
- Het vuistje wuifde heen en weer in antwoord op haar stem.
- Hij sloeg met zijn vuistje enthousiast op het kistje.
Veelgestelde vragen over vuistje
Wat betekent vuistje?
De betekenis van vuistje is: Gebalde hand, een knuist En zware hamer met een korte steel
Hoe gebruik ik vuistje in een zin?
Je kunt vuistje bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Ik zou niet graag met hem vuistje willen drukken."
Wat is de juiste spelling van vuistje?
De juiste spelling is: vuistje.