Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Vuistje

Wij hebben 39 voorbeeldzinnen voor vuistje.

Definities

  1. Gebalde hand, een knuist
  2. En zware hamer met een korte steel

Gerelateerde woorden

Voorbeeldzinnen

  • Ik zou niet graag met hem vuistje willen drukken.
  • Die zaten nu natuurlijk allemaal in hun vuistje om hem te lachen.
  • Ze mepte hem met haar kleine vuistje op zijn hoofd.
  • Ze eten de belegde boterhammen uit het vuistje op in de tuin.
  • Ik lachte in mijn vuistje toen ik aan mijn scherpzinnigheid dacht.
  • Hij stompte met zijn vuistje tegen zijn voorhoofd.
  • Bij deze vaststelling lachen we in ons vuistje.
  • Hij stak zijn kleine vuistje in zijn mond en deed zijn ogen dicht.
  • Het jongetje bleef beteuterd achter en staarde naar zijn lege vuistje.
  • Ze eten de belegde boterhammen uit het vuistje op in de tuin.
  • Zoals gewoonlijk lachte ze in haar vuistje.
  • Ze eten de belegde boterhammen uit het vuistje op in de tuin.
  • Of kroketten uit het vuistje en broodjes met gehakt.
  • Hij zit naast haar en eet zijn boterhammen uit het vuistje.
  • Ik lachte in mijn vuistje toen ik aan mijn scherpzinnigheid dacht.
  • Hij pakte haar bevallige vuistje in zijn hand.
  • Het jongetje knipperde en zwaaide met zijn vuistje door de lucht.
  • Bijna stiekem lachte hij in zijn vuistje.
  • De hand draaide zich langzaam om en maakte een vuistje.
  • Die zaten nu natuurlijk allemaal in hun vuistje om hem te lachen.
  • Hij lachte in zijn vuistje en snelde naar het dier toe.
  • Het kind klemde de munt in haar kleffe vuistje.
  • Pizza en hamburgers met kaas en kaas uit het vuistje.
  • De hand van de baby balde zich tot een vuistje.
  • Hij stak zijn kleine vuistje in zijn mond en deed zijn ogen dicht.
  • Hij keek naar haar op terwijl hij op zijn vuistje kloof.
  • Het jongetje knipperde en zwaaide met zijn vuistje door de lucht.
  • Die zaten nu natuurlijk allemaal in hun vuistje om hem te lachen.
  • Hier en daar geven tellers elkaar een vuistje als ze weer een doos klaar hebben
  • Ze houdt iets donkers in haar vuistje waar ze aan likt.
  • Af en toe zuigt ze fanatiek op haar piepkleine vuistje.
  • Ik lachte in mijn vuistje toen ik aan mijn scherpzinnigheid dacht.
  • Het jongetje bleef beteuterd achter en staarde naar zijn lege vuistje.
  • Hij stak zijn kleine vuistje in zijn mond en deed zijn ogen dicht.
  • Het jongetje knipperde en zwaaide met zijn vuistje door de lucht.
  • Het jongetje bleef beteuterd achter en staarde naar zijn lege vuistje.
  • Hij schudde zijn kleine vuistje tegen de laatste spreker.
  • Het vuistje wuifde heen en weer in antwoord op haar stem.
  • Hij sloeg met zijn vuistje enthousiast op het kistje.

Gerelateerde woorden

Veelgestelde vragen over vuistje

Wat betekent vuistje?

De betekenis van vuistje is: Gebalde hand, een knuist En zware hamer met een korte steel

Hoe gebruik ik vuistje in een zin?

Je kunt vuistje bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Ik zou niet graag met hem vuistje willen drukken."

Wat is de juiste spelling van vuistje?

De juiste spelling is: vuistje.