Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Voorbijgaan

Wij hebben 107 voorbeeldzinnen voor voorbijgaan.

Definities

  1. Langs een bepaald punt gaan
  2. Tot verleden gaan behoren
  3. Niet in beschouwing nemen

Gerelateerde woorden

Voorbeeldzinnen

  • Het royale ontbijt had ze aan zich laten voorbijgaan.
  • In het voorbijgaan ving ik een glimp van hen op.
  • In het voorbijgaan gaf hij nog een schop tegen het blok.
  • Veel kiezers lieten de eerste dag aan zich voorbijgaan om vandaag te stemmen
  • Hij is er dol op en laat geen gelegenheid voorbijgaan.
  • Een buurman zegt hem in het voorbijgaan gedag.
  • Ze had hem zomaar aan haar laten voorbijgaan.
  • Vele jaren zullen voorbijgaan voordat we samen oud worden.
  • Hij liet weer even een stilte voorbijgaan.
  • Hij beet op zijn tong en liet enkele seconden voorbijgaan.
  • Ik wil niet langer aan mezelf voorbijgaan.
  • Ze liet het hulpeloos aan zich voorbijgaan.
  • Hij monstert de matrozen in het voorbijgaan.
  • Hij slenterde langs me heen en knipoogde in het voorbijgaan.
  • In het voorbijgaan schuurde het geval langs de auto.
  • In het voorbijgaan legde ze even haar hand op zijn schouder.
  • Hij groet haar vriendelijk in het voorbijgaan.
  • Ze liet een paar seconden voorbijgaan en werd rustig.
  • Ze lieten enige tijd voorbijgaan en toen ontsloegen ze me.
  • In het voorbijgaan tikte ze op twee deuren.
  • Zoals we aan zo veel dingen voorbijgaan.
  • Ze kijken niet naar hem als ze hem voorbijgaan.
  • In elk geval liet het Gilde dit aan zich voorbijgaan.
  • Hij bokste in het voorbijgaan een collega op de borst.
  • Ze stond op en greep in het voorbijgaan haar tas van de bar.
  • In het voorbijgaan had hij de hond weer gezien.
  • In het voorbijgaan gaf hij haar een knipoog.
  • In het voorbijgaan knipoogde ze naar me.
  • Zou er geen koopje aan zijn neus voorbijgaan?
  • Hij scheerde in het voorbijgaan over de rotsen.
  • Hij wierp er in het voorbijgaan een vluchtige blik op.
  • Wat was de wereld anders dan dingen die voorbijgaan?
  • In het voorbijgaan kreeg de orgelman een onderzoekende blik.
  • Hij liet een aantal seconden voorbijgaan.
  • We kunnen niet voorbijgaan aan wat we zijn.
  • Hij denkt na en laat een stilte voorbijgaan.
  • Hij greep haar in het voorbijgaan bij haar arm.
  • Het zal voorbijgaan als hij haar vergeet.
  • Die zoete geur die ze in het voorbijgaan verspreiden.
  • Enkelen knikten hem in het voorbijgaan glimlachend toe.
  • Hij laat de herdenking aan zich voorbijgaan
  • Hij groette haar in het voorbijgaan en verdween na de bocht.
  • Hij gooide in het voorbijgaan zijn geld op de bar.
  • En dat zal dus niet ongemerkt aan bewoners in de buurt van dijken voorbijgaan
  • In het voorbijgaan keek hij zijn tuin in.
  • Aan deze situatie kon hij niet voorbijgaan.
  • Ik liet dit even helemaal aan me voorbijgaan.
  • We zijn elkaar wel eens in het voorbijgaan tegengekomen.
  • Die laat je toch niet aan je neus voorbijgaan.
  • Ze zwaaien uitbundig in het voorbijgaan.
  • Het gras van het gazon rimpelde met hun voorbijgaan.
  • Ze merkte dit alles in het voorbijgaan op.
  • Ze spoog in het voorbijgaan driemaal uit het raampje.
  • Ze zag in het voorbijgaan haar vader geestdriftig klappen.
  • Hij drukte op de knop maar liet de eerste lift voorbijgaan.
  • Ze wierp in het voorbijgaan een snelle blik op de abt.
  • Hij geeft me een kus op mijn wang in het voorbijgaan.
  • En ik wil daar niet meer aan voorbijgaan.
  • In het voorbijgaan raakte ze de zijkant van mijn auto.
  • Het spelletje croquet liet ik aan me voorbijgaan.
  • Ze wierp haar zwager in het voorbijgaan een kushandje toe.
  • Uiteindelijk zullen de troebelen voorbijgaan.
  • Hij streek in het voorbijgaan van achteren langs mijn benen.
  • De mensen staarden hen in het voorbijgaan aan.
  • Een man staarde hem in het voorbijgaan argwanend aan.
  • In het voorbijgaan zag ze dat haar vader nog lag te ronken.
  • In het voorbijgaan boog hij zich over het trapgat.
  • Hij hoorde haar in het voorbijgaan iets tegen Patrin zeggen.
  • Enkele stemmen wensten hem in het voorbijgaan goedenavond.
  • In het voorbijgaan viel me op hoe vredig ze eruitzagen.
  • Hij bekeek haar in het voorbijgaan op zijn gemak.
  • In het voorbijgaan stak hij zijn hand op.
  • In het voorbijgaan heb ik zo wel meer mensen gezien.
  • Ze zagen hem slechts als een donkere schaduw voorbijgaan.
  • In het voorbijgaan gaf hij de man de emmer.
  • De mantel van de koning streek er in het voorbijgaan langs.
  • Zou deze verwenste nacht ooit voorbijgaan?
  • Astronomen konden het voorbijgaan op de voet volgen
  • Hier kon hij niet zomaar aan voorbijgaan.
  • Het dier dat ze in het voorbijgaan had verwond.
  • Die enkele uren zouden vanzelf voorbijgaan.
  • Hij probeerde in het voorbijgaan de nootjes mee te grissen.
  • Hij gaf haar een knipoog in het voorbijgaan.
  • Hij hief ze naar me op in het voorbijgaan.
  • Ze weet dat ze te veel kansen heeft laten voorbijgaan.
  • In her voorbijgaan tikte hij tegen zijn hoed en glimlachte.
  • In het voorbijgaan griste ik het intuïtief op.
  • Zo merkwaardig dat ik er niet aan kon voorbijgaan.
  • Ze ging rechtsaf en in het voorbijgaan keek ze elk pad in.
  • Hij keek in het voorbijgaan naar sommige van die huizen.
  • De onbekende liet enkele seconden voorbijgaan.
  • Wel had hij haar en haar vriend wel eens gegroet in het voorbijgaan
  • In het voorbijgaan keek hij om en nam de blanke nog eens op.
  • Pechtold zag de megadeal aan zich voorbijgaan
  • Amsterdam ziet zo duizenden arbeidsplaatsen aan zijn neus voorbijgaan
  • Ze gaf in het voorbijgaan een schop tegen zijn achterband.
  • In het voorbijgaan geeft ze hem een kus.
  • In het voorbijgaan keek hij even opzij in mijn richting.
  • Geen van hen kijkt in het voorbijgaan naar hem.
  • Hij gaf me in het voorbijgaan een knikje.
  • In het voorbijgaan wenkte hij de waarzegster.
  • Hij geeft de mensen in het voorbijgaan de hand.
  • Hij wilde nu rechts aan de beuk voorbijgaan.
  • In het voorbijgaan wierp ze een blik in het atrium.
  • Ze liet een paar ogenblikken voorbijgaan om na te denken.
  • De oude heer laat geen enkele kans voorbijgaan.
  • In het voorbijgaan liet ze het licht over elk lijk spelen.

Veelgestelde vragen over voorbijgaan

Wat betekent voorbijgaan?

De betekenis van voorbijgaan is: Langs een bepaald punt gaan Tot verleden gaan behoren Niet in beschouwing nemen

Hoe gebruik ik voorbijgaan in een zin?

Je kunt voorbijgaan bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Het royale ontbijt had ze aan zich laten voorbijgaan."

Wat is de juiste spelling van voorbijgaan?

De juiste spelling is: voorbijgaan.