Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Verzitten

Wij hebben 100 voorbeeldzinnen voor verzitten.

Definitie

  1. Anders gaan zitten

Voorbeeldzinnen

  • Weer ging hij verzitten in de harde stoel.
  • Hij gaat verzitten en draait zich naar me toe.
  • En ik ga opgewonden op mijn stoel verzitten.
  • Hij ging verzitten en voelde een steek van jaloezie.
  • De man met de wijnvlek op het voorhoofd ging verzitten.
  • Ze dronk haar derde kopje koffie leeg en ging verzitten.
  • Ze ging verzitten en legde zijn hoofd in haar schoot.
  • Hij ging verzitten omdat zijn been dreigde te gaan slapen.
  • Ze ging even verzitten en staarde uit het raam.
  • Hij ging zo verzitten dat hij haar rechtervoet kon pakken.
  • Ze ging verzitten en keek op haar horloge.
  • Hij ging verzitten en keek Giff strak aan.
  • Geef een rukje als je gaat verzitten en laat dan vieren.
  • Hij ging verzitten in zijn ongemakkelijke stoel.
  • Het bleef nu bij een beetje verzitten zijnerzijds.
  • Ze ging wat verzitten om plaats voor hem te maken.
  • Hij ging verzitten en stopte zijn handen onder zijn knieën.
  • Ik ging verzitten en trok mijn trui over mijn knieën.
  • Na een paar keer verzitten lukt het eindelijk.
  • Ze ging verzitten en schoof een voet onder zich.
  • Hij ging verzitten en zijn ogen vernauwden zich.
  • Hij ging verzitten en leek slecht op zijn gemak.
  • Ze ging ontstemd verzitten op haar stoel.
  • Ze moest zich goed vasthouden en gaan verzitten.
  • Niet op haar gemak ging ze verzitten op de harde bank.
  • Hij ging verzitten en strekte zijn verkrampte benen.
  • Hij ging verzitten en boog zich naar voren.
  • Hij ging verzitten en het leer zuchtte in protest.
  • U gaat verzitten om een gemakkelijker houding te vinden.
  • Ze ging verzitten en draaide zich iets meer naar hem toe.
  • Hij ging verzitten en leunde met een arm op de kraantas.
  • Hij ging verzitten en verbeet de scherpe pijnscheut.
  • Ze haalden hun schouders op en gingen verzitten.
  • Ze voelde zich op heterdaad betrapt en ging verzitten.
  • Hij ging verzitten en strekte zijn benen.
  • Hij ging verzitten en voelde in zijn broekzak.
  • Ze gaat verzitten en zet haar voeten op de grond.
  • Ze ging verzitten om het contact te verbreken.
  • Het zonlicht prikte in zijn nek en hij ging verzitten.
  • Ze keek me aan en ik ging even verzitten.
  • Ze ging even verzitten en keek hem vragend aan.
  • Hij gaat verzitten en leunt naar mij over.
  • Ze ging verzitten om haar gezicht te kunnen zien.
  • Ik ging verzitten om in het autospiegeltje te kijken.
  • Ik ga verzitten en een pijnscheut beneemt me bijna de adem.
  • Hij voelde de aandrang om te urineren en hij ging verzitten.
  • Hij ging even verzitten en begon te vertellen.
  • Hij ging verzitten en keek om zich heen.
  • Ze ging verzitten en wreef over haar ellebogen.
  • Ze ging bij de herinnering eraan verzitten.
  • Hij ging verzitten en sloeg zijn armen over elkaar.
  • Hij ging iets verzitten en streelde teder haar gezicht.
  • Ik ging verzitten en boog me opzij om haar te pakken.
  • Ze slaakte weer een diepe zucht en ging verzitten.
  • Hij ging iets verzitten en keek uit zijn raampje.
  • Hij veegde zijn voorhoofd af en ging verzitten.
  • Hij ging verzitten en richtte het pistool op haar voorhoofd.
  • Hij ging verzitten zodat het licht in zijn ring uitdoofde.
  • Hij voelt hun gedachten en gaat onrustig verzitten.
  • Hij ging verzitten en schraapte zijn keel.
  • Ze ging een beetje verzitten en liet zich op hem zakken.
  • Ze gaat voorzichtig verzitten en kijkt opzij.
  • Hij ging verzitten en wreef in zijn ogen.
  • Ze gaat iets verzitten en trekt haar benen onder zich.
  • Hij kreeg last van kramp en wilde gaan verzitten.
  • Ze ging verzitten en haar gezicht vertrok van de pijn.
  • Ze ging verzitten om haar evenwicht te bewaren.
  • Hij ging verzitten en keek haar bemoedigend aan.
  • Ze ging verzitten en probeerde het nog een keer.
  • Hij was slecht op zijn gemak en ging verzitten.
  • Hij schraapte zijn keel en ging verzitten.
  • Hij ging wat verzitten en keek door de voorruit naar buiten.
  • Hij ging met zijn slechte been verzitten.
  • Hij ging verzitten en ze hoorde hem zuchten.
  • Ze gaat verzitten en slaat haar benen over elkaar.
  • Ik ging even verzitten op mijn smalle plastic stoel.
  • Ze ging verzitten om hem recht aan te kunnen kijken.
  • Ze stak een sigaret op en ging wat verzitten.
  • Hij lacht en ik ga een beetje onbehaaglijk verzitten.
  • Ze ging verzitten en kwam dichter bij hem.
  • Hij ging wat verzitten en zijn gezicht vertrok.
  • Ze ging verzitten en draaide zich naar me toe.
  • Ze begreep er niets van en ging nerveus verzitten.
  • Hij ging ongemakkelijk in zijn stoel verzitten.
  • Hij nam zijn pijpje uit zijn mond en ging wat verzitten.
  • Ze ging verzitten en begon het katje te spelen.
  • Hij ging verzitten en keek nog eens goed naar het scherm.
  • Hij ging verzitten en legde een arm op de rugleuning.
  • Niet op zijn gemak ging hij iets verzitten.
  • Ze greep het stuur steviger vast om te gaan verzitten.
  • Ze ging verzitten en nam het meisje nog eens op.
  • Hij ging verzitten en draaide zich een beetje naar haar toe.
  • Hij deed alsof hij toevallig juist wilde gaan verzitten.
  • Hij slaakte een zucht en ging onrustig verzitten.
  • Ze legde de druiven weg en ging verzitten.
  • Zadelleer kraakte toen de krijgslieden gingen verzitten.
  • Ze ging verzitten en sloeg haar benen van elkaar.
  • De dokter ging verzitten en sloeg zijn benen over elkaar.
  • Urenlang kunnen ze hun geduld verzitten.
  • Hij ging verzitten en legde zijn linkerarm op het stuur.

Veelgestelde vragen over verzitten

Wat betekent verzitten?

De betekenis van verzitten is: Anders gaan zitten

Hoe gebruik ik verzitten in een zin?

Je kunt verzitten bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Weer ging hij verzitten in de harde stoel."

Wat is de juiste spelling van verzitten?

De juiste spelling is: verzitten.