Voorbeeldzinnen
- Weer ging hij verzitten in de harde stoel.
- Hij gaat verzitten en draait zich naar me toe.
- En ik ga opgewonden op mijn stoel verzitten.
- Hij ging verzitten en voelde een steek van jaloezie.
- De man met de wijnvlek op het voorhoofd ging verzitten.
- Ze dronk haar derde kopje koffie leeg en ging verzitten.
- Ze ging verzitten en legde zijn hoofd in haar schoot.
- Hij ging verzitten omdat zijn been dreigde te gaan slapen.
- Ze ging even verzitten en staarde uit het raam.
- Hij ging zo verzitten dat hij haar rechtervoet kon pakken.
- Ze ging verzitten en keek op haar horloge.
- Hij ging verzitten en keek Giff strak aan.
- Geef een rukje als je gaat verzitten en laat dan vieren.
- Hij ging verzitten in zijn ongemakkelijke stoel.
- Het bleef nu bij een beetje verzitten zijnerzijds.
- Ze ging wat verzitten om plaats voor hem te maken.
- Hij ging verzitten en stopte zijn handen onder zijn knieën.
- Ik ging verzitten en trok mijn trui over mijn knieën.
- Na een paar keer verzitten lukt het eindelijk.
- Ze ging verzitten en schoof een voet onder zich.
- Hij ging verzitten en zijn ogen vernauwden zich.
- Hij ging verzitten en leek slecht op zijn gemak.
- Ze ging ontstemd verzitten op haar stoel.
- Ze moest zich goed vasthouden en gaan verzitten.
- Niet op haar gemak ging ze verzitten op de harde bank.
- Hij ging verzitten en strekte zijn verkrampte benen.
- Hij ging verzitten en boog zich naar voren.
- Hij ging verzitten en het leer zuchtte in protest.
- U gaat verzitten om een gemakkelijker houding te vinden.
- Ze ging verzitten en draaide zich iets meer naar hem toe.
- Hij ging verzitten en leunde met een arm op de kraantas.
- Hij ging verzitten en verbeet de scherpe pijnscheut.
- Ze haalden hun schouders op en gingen verzitten.
- Ze voelde zich op heterdaad betrapt en ging verzitten.
- Hij ging verzitten en strekte zijn benen.
- Hij ging verzitten en voelde in zijn broekzak.
- Ze gaat verzitten en zet haar voeten op de grond.
- Ze ging verzitten om het contact te verbreken.
- Het zonlicht prikte in zijn nek en hij ging verzitten.
- Ze keek me aan en ik ging even verzitten.
- Ze ging even verzitten en keek hem vragend aan.
- Hij gaat verzitten en leunt naar mij over.
- Ze ging verzitten om haar gezicht te kunnen zien.
- Ik ging verzitten om in het autospiegeltje te kijken.
- Ik ga verzitten en een pijnscheut beneemt me bijna de adem.
- Hij voelde de aandrang om te urineren en hij ging verzitten.
- Hij ging even verzitten en begon te vertellen.
- Hij ging verzitten en keek om zich heen.
- Ze ging verzitten en wreef over haar ellebogen.
- Ze ging bij de herinnering eraan verzitten.
- Hij ging verzitten en sloeg zijn armen over elkaar.
- Hij ging iets verzitten en streelde teder haar gezicht.
- Ik ging verzitten en boog me opzij om haar te pakken.
- Ze slaakte weer een diepe zucht en ging verzitten.
- Hij ging iets verzitten en keek uit zijn raampje.
- Hij veegde zijn voorhoofd af en ging verzitten.
- Hij ging verzitten en richtte het pistool op haar voorhoofd.
- Hij ging verzitten zodat het licht in zijn ring uitdoofde.
- Hij voelt hun gedachten en gaat onrustig verzitten.
- Hij ging verzitten en schraapte zijn keel.
- Ze ging een beetje verzitten en liet zich op hem zakken.
- Ze gaat voorzichtig verzitten en kijkt opzij.
- Hij ging verzitten en wreef in zijn ogen.
- Ze gaat iets verzitten en trekt haar benen onder zich.
- Hij kreeg last van kramp en wilde gaan verzitten.
- Ze ging verzitten en haar gezicht vertrok van de pijn.
- Ze ging verzitten om haar evenwicht te bewaren.
- Hij ging verzitten en keek haar bemoedigend aan.
- Ze ging verzitten en probeerde het nog een keer.
- Hij was slecht op zijn gemak en ging verzitten.
- Hij schraapte zijn keel en ging verzitten.
- Hij ging wat verzitten en keek door de voorruit naar buiten.
- Hij ging met zijn slechte been verzitten.
- Hij ging verzitten en ze hoorde hem zuchten.
- Ze gaat verzitten en slaat haar benen over elkaar.
- Ik ging even verzitten op mijn smalle plastic stoel.
- Ze ging verzitten om hem recht aan te kunnen kijken.
- Ze stak een sigaret op en ging wat verzitten.
- Hij lacht en ik ga een beetje onbehaaglijk verzitten.
- Ze ging verzitten en kwam dichter bij hem.
- Hij ging wat verzitten en zijn gezicht vertrok.
- Ze ging verzitten en draaide zich naar me toe.
- Ze begreep er niets van en ging nerveus verzitten.
- Hij ging ongemakkelijk in zijn stoel verzitten.
- Hij nam zijn pijpje uit zijn mond en ging wat verzitten.
- Ze ging verzitten en begon het katje te spelen.
- Hij ging verzitten en keek nog eens goed naar het scherm.
- Hij ging verzitten en legde een arm op de rugleuning.
- Niet op zijn gemak ging hij iets verzitten.
- Ze greep het stuur steviger vast om te gaan verzitten.
- Ze ging verzitten en nam het meisje nog eens op.
- Hij ging verzitten en draaide zich een beetje naar haar toe.
- Hij deed alsof hij toevallig juist wilde gaan verzitten.
- Hij slaakte een zucht en ging onrustig verzitten.
- Ze legde de druiven weg en ging verzitten.
- Zadelleer kraakte toen de krijgslieden gingen verzitten.
- Ze ging verzitten en sloeg haar benen van elkaar.
- De dokter ging verzitten en sloeg zijn benen over elkaar.
- Urenlang kunnen ze hun geduld verzitten.
- Hij ging verzitten en legde zijn linkerarm op het stuur.
Veelgestelde vragen over verzitten
Wat betekent verzitten?
De betekenis van verzitten is: Anders gaan zitten
Hoe gebruik ik verzitten in een zin?
Je kunt verzitten bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Weer ging hij verzitten in de harde stoel."
Wat is de juiste spelling van verzitten?
De juiste spelling is: verzitten.