Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Snor

Wij hebben 101 voorbeeldzinnen voor snor.

Definities

  1. Beharing tussen neus en bovenlip
  2. Speelgoed dat een brommend geluid voortbrengt
  3. Lichte dronkenschap
  4. Wagen voor ongeregeld passagiersvervoer

Voorbeeldzinnen

  • Hij nam een lange slok die zijn dikke snor nat maakte.
  • Hij had geen snor en was groot en gespierd.
  • Hij heeft een blonde snor en blauwe ogen.
  • De man met de snor keek verstoord op van de tekening.
  • De man met de snor duikt naar het alarm.
  • Ik kam zijn dunne haartjes met mijn snor.
  • De jonge agent streek over zijn snor en schraapte zijn keel.
  • Hij perste zijn lippen samen onder zijn afhangende snor.
  • Ze trok de snor van haar gezicht en spreidde haar armen.
  • De man achter het stuur had blond haar en een donkere snor.
  • Bij zijn aanhouding had hij een baard en een snor
  • Ze bukte zich en gaf een lichte kus op zijn grote snor.
  • Hij stond er zelf op met zijn korte haar maar zonder snor.
  • Het was een forse donkere man met krullend haar en een snor.
  • Het kind streelde met zijn vinger over de witte snor.
  • Onder zijn zwarte snor blikkerden zijn tanden.
  • Hij veegde met zijn hand over zijn snor en mond.
  • Hij keek rond en streek over een punt van zijn snor.
  • Tussen snor en baard lag een vriendelijke grijns.
  • Hij veegde zijn snor af met de rug van zijn hand.
  • Hij kneep zijn ogen samen en trok aan zijn snor.
  • Hij glimlachte en zijn snor werd mee omhoog getrokken.
  • Hij had een grote snor en een bezorgde blik in zijn ogen.
  • Ze hadden allebei een mager gezicht met een snor.
  • Hij slikte eens en streek over zijn snor.
  • Nu was de snor van de rechter grijs met geel.
  • Het kleefsel van snor en baard glinsterde in het kaarslicht.
  • Het was gemakkelijk om een snor te hebben.
  • Hij wreef met zijn vingers over zijn snor.
  • De man met de snor liep haastig voorbij de bestelwagen.
  • Zelfs de snor van de plechtige man trilde.
  • Hij streek over zijn snor en keek naar zijn vrouw.
  • De man met de snor zette er flink de pas in.
  • Het huis was net zo keurig als zijn snor.
  • Hij had er goed aan gedaan zijn snor af te scheren.
  • Ondanks de snor en de baard ziet hij er jong uit.
  • Ze zag dat hij tegenwoordig een geitensik en een snor had.
  • Hij droeg een flanellen jasje en had een snor.
  • Naar de vouwen in zijn gezicht en zijn kleine zwarte snor.
  • Het zwarte haar en de snor waren verdwenen.
  • De man met de snor loopt langzaam naar hem toe.
  • En toen hij nog geen snor had was hij ook al een eikel.
  • En ook de financiëën zitten helemaal snor.
  • Hij krabde met zijn wijsvinger in zijn snor.
  • Die vent met de snor maakt de deur open.
  • Hij had een dunne snor en zijn haargrens begon te wijken.
  • Het zou zielig zijn als ik nu mijn snor zou drukken.
  • Heeft lang grijs haar en een donkere snor.
  • De snor van de tuinman krult een beetje omhoog.
  • Hij plukt aan zijn recht geknipte snor en schudt zijn hoofd.
  • De snor van de jongeman was nu al maanden vol.
  • Afgezien van de snor was hij niet veel veranderd.
  • Zorgvuldig veegde hij zijn mond en snor af.
  • Hij streek besluiteloos met zijn hand over zijn snor.
  • Het enige dat ik me kon herinneren was die gigantische snor.
  • Hij had een snor en een grijze paardenstaart.
  • Ze zag die kerel met de snor wel zitten.
  • Hij had een zwarte snor en diep zwart haar.
  • Tot overmaat van ramp had hij ook nog een snor.
  • Hij keek in de spiegel en stelde vast dat de snor goed zat.
  • Had hij niet het begin van een snor en een baard?
  • Hij streek over zijn snor en fronste zijn wenkbrauwen.
  • Hij had een snor en droeg een sportief jack.
  • Een man met een snor deed even later open.
  • Het was een zwaargebouwde man met een neerhangende snor.
  • Hij streek zijn snor glad en pakte de brandewijn.
  • Hij likte aan zijn vinger en smeerde speeksel in zijn snor.
  • Hij heeft een zware snor en stoppels van een paar dagen.
  • Hij heeft een dikke snor en een basstem.
  • Hij veegde de poedersuiker uit zijn snor.
  • Hij keek om zich heen en streek zijn snor glad.
  • Hij zag eruit als een onervaren jongen met een valse snor.
  • Af en toe wreef hij peinzend over zijn snor.
  • Hij veegde zich met de hand over de natte snor.
  • Ze hadden een snor en zagen er ontzettend ernstig uit.
  • Hij heeft zijn haar donker geverfd en zijn snor afgeschoren.
  • Hij wreef met zijn witte linnen zakdoek langs zijn snor.
  • Ik herkende hem niet zo gauw met die snor.
  • Het liep langs zijn neus en over zijn snor.
  • Hij had een snor en zwart haar tot op zijn schouders.
  • Ze had al een paar keer naar de man met de snor gewenkt.
  • Hij had een vriendelijk gezicht en een dikke bruine snor.
  • Bayamo moet zijn snor afscheren en zijn haar blond verven.
  • Hij schraapte zijn keel en plukte zenuwachtig aan zijn snor.
  • Hij droeg een snor en zijn zoon was op Cyprus doodgeschoten.
  • Op zijn bovenlip waren haartjes van een snor verschenen.
  • Ik wist dat onze vriendschap wel snor zat.
  • Het was een kleine dikke man met een snor en een alpinopet.
  • Hij streek over zijn snor en glimlachte.
  • De man met de snor keek hen verbaasd na.
  • Hij had zijn snor laten staan en zijn haar was langer.
  • De volumineuze snor vormde een prachtig target.
  • Hij is nogal bleek met zwart haar en een blonde snor.
  • Hij was een al wat oudere man met een grijze snor.
  • De man met de snor leek zich echter van geen kwaad bewust.
  • Hij streek met zijn volle hand over zijn snor.
  • Daarna wendde ze zich tot de man met de snor.
  • Behalve een snor had de man nu ook een mooi blauw oog.
  • De man was erg lang en had een gouden snor.
  • Hij veegde wat kruimels uit zijn snor en zijn korte baard.
  • Hij knipte zijn snor bij en droeg een oorringetje.

Veelgestelde vragen over snor

Wat betekent snor?

De betekenis van snor is: Beharing tussen neus en bovenlip Speelgoed dat een brommend geluid voortbrengt Lichte dronkenschap Wagen voor ongeregeld passagiersvervoer

Hoe gebruik ik snor in een zin?

Je kunt snor bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Hij nam een lange slok die zijn dikke snor nat maakte."

Wat is de juiste spelling van snor?

De juiste spelling is: snor.