Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Schipper

Wij hebben 105 voorbeeldzinnen voor schipper.

Definitie

  1. Iemand die de verantwoordelijkheid heeft voor de besturing van een schip

Gerelateerde woorden

Voorbeeldzinnen

  • Hij sprak er nog eens met de schipper over.
  • Ook andere schepen horen de oproep van schipper Diephuis
  • Nu zag hij wat de schipper had verontrust.
  • Een schipper schakelde de politie in toen hij met zijn zeilboot iets raakte
  • De schipper had het schip opzettelijk tot zinken gebracht.
  • Het voorhuis had de schipper als pakhuis in gebruik.
  • Aan de schipper betaalden we vijftig cent.
  • Ze zag de schipper over de achtersteven hangen.
  • Hij nam zich voor bij de schipper zijn beklag te doen.
  • De schipper stak het pistool weer in zijn zak.
  • De schipper heeft een nieuwe scheepsjongen nodig.
  • De schipper begint die vesten er uit te halen.
  • Hij nam de instructies nog één keer met de schipper door.
  • Hij knikte tegen de schipper en glimlachte.
  • Hij kon het ook merken als hij met de schipper sprak.
  • We betalen de schipper het normale tarief.
  • De schipper gaat op zij om de soldaten doorgang te verlenen.
  • De schipper heeft een schot in het dijbeen.
  • Het was de dode schipper die hen om de hals hing.
  • Uiteindelijk schudde de schipper ongeduldig zijn hoofd.
  • De schipper toonde een klein glimlachje.
  • De schipper was bij hen en kende de weg!
  • Ik pak de marifoon en maak contact met de schipper.
  • De schipper vloekte en rukte aan het stuur.
  • De schipper dacht na met zijn blik in die van haar.
  • Over de schipper zegt de onderzoeksraad dat hij onbevoegd was
  • Het binnenvaartschip is door de schipper aan de oever gelegd
  • De schipper wees over de nevel heen naar een berg dichtbij.
  • De schipper verschoof dan als groet even zijn pet.
  • We hebben een lijk aan boord en ik ben de schipper.
  • Hij voelde de blik van de schipper in zijn nek.
  • Was hij niet de moedigste en knapste schipper ter wereld?
  • Onze schipper is waarschijnlijk al klaar.
  • Hij hield er zonder de schipper de wind wel onder.
  • Volgens de eigenaar van het schip gebeurde dat doordat de schipper onwel raakte
  • Op de kanaaldijk liep een schipper naar de lucht te kijken.
  • De schipper zet koffie en schenkt twee kommen vol.
  • Onmiddellijk koerste de schipper die kant op.
  • Dat moet de schipper zijn om hen te halen.
  • De schipper scheen er niet naar te kijken.
  • De schipper salueerde en maakte rechtsomkeert.
  • Hij huurde een bootje met schipper om de Ganges op te varen.
  • Een schipper van over de zeventig hoort aan wal.
  • De schipper maakte weer een laag geluid in zijn keel.
  • De schipper meent dat hij zijn plaats nu kent.
  • Tegen de schipper van de viskotter is vijf jaar cel geëist
  • De schipper is beslist niet in een zonnig humeur.
  • En toen gleed een glimlach over het gezicht van de schipper.
  • Volgens de schipper was de brugwachter niet alert genoeg
  • Een van hen schoot de schipper in de stuurhut dood.
  • Wij zagen de oude schipper op zijn schuit staan.
  • Hij boog zich over het tafeltje van de schipper heen.
  • Ik praat via de marifoon met de schipper.
  • Het is nog niet duidelijk waarom de schipper zijn matroos niet kon vinden
  • De schipper had jarenlang sluikhandel bedreven.
  • Hij beval de schipper om alle luiken te sluiten.
  • Hij trachtte de schipper met geweld wat aan te praten.
  • De schipper stond ruzie te maken met een groep soldaten.
  • De schipper hielp hem in de kleine zwarte rubberboot.
  • De schipper riep de dekwacht in de kuip.
  • Oplettendheid van de schipper voorkwam een gevaarlijke situatie
  • De schipper op brug is evenmin op zijn gemak.
  • De schipper wijst de beide nieuwelingen plaats en werk.
  • Ook de schipper van het politievaartuig liet vaart minderen.
  • Het deurtje gaat open en de schipper komt binnen.
  • Hij moest denken aan de woorden van de schipper.
  • Ik slaak een zucht en kijk de schipper van het jacht aan.
  • De schipper knikte en maakte zigzagbewegingen met zijn hand.
  • Hij hoopt dat het de schipper zal lukken.
  • Geholpen door zijn oudste knecht ontkleedt de schipper hem.
  • Hij is nu zelf schipper van de boot der commissie.
  • Een bende mannen dwong mijn schipper te stoppen.
  • Volgens de politiechef werd de schipper positief getest op drugs
  • Niet lang daarna bezoekt een bejaarde schipper de zaak.
  • De schipper staat kennelijk in tweestrijd.
  • Hij moedigde de schipper met een gebaar aan verder te gaan.
  • De schipper stuurde het reddingsvaartuig langs de romp.
  • De officier kijkt de schipper een ogenblik verwonderd aan.
  • Zal ik de schipper vragen je aan wal te zetten?
  • Uit zijn ooghoek moest de schipper de vlet gezien hebben.
  • De hut van de schipper was niet meer zo veilig als eerst.
  • Het lukt niet om contact te maken met de schipper.
  • Aan boord bij een bevaren schipper en dan je ogen open.
  • Vermoedelijk gebeurde dat doordat de schipper onwel was geraakt
  • De schipper kwam twee uur later opdagen.
  • De schipper zette twee tekens op zijn lijst en ging door.
  • Ik roep de schipper weer aan via de marifoon.
  • De schipper staat beneden redelijk gedekt.
  • Hij is vroeger schipper geweest bij de marine.
  • Hij doorstond de borende blik van de schipper.
  • Ze konden de schipper duidelijk zien staan.
  • De schipper en de opperstuurman zaten aan zijn zijde.
  • De schipper staarde even roerloos voor zich uit.
  • Ik instrueer ook de schipper van de andere boot.
  • De schipper is bezig om naar kooi te gaan.
  • De schipper hield niet van schuine bakken en grove taal.
  • Een schipper zag aan het eind van de avond een auto te water raken
  • De schipper zei hem zich geen zorgen te maken.
  • De schipper volgde me een halve minuut later.
  • Ze gaf de schipper een briefje voor haar nicht mee.
  • En de schipper ging voort met zijn geld.
  • Nog zeer levendig bood de schipper vergeefs weerstand.
  • De schipper was echter zeker van zijn zaak.
  • De schipper doet wat hij gisteren geweigerd heeft.
  • De stem van de schipper werd een hees gefluister.

Gerelateerde woorden

Veelgestelde vragen over schipper

Wat betekent schipper?

De betekenis van schipper is: Iemand die de verantwoordelijkheid heeft voor de besturing van een schip

Hoe gebruik ik schipper in een zin?

Je kunt schipper bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Hij sprak er nog eens met de schipper over."

Wat is de juiste spelling van schipper?

De juiste spelling is: schipper.