Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Relativeren

Wij hebben 45 voorbeeldzinnen voor relativeren.

Definitie

  1. Iets minder absoluut maken door het in een bepaalde context te plaatsen

Gerelateerde woorden

Voorbeeldzinnen

  • Aan de honger in Afrika gedacht om mijn eigen leed te relativeren.
  • Ze glimlachte om haar woorden te relativeren.
  • Zelfs voor iemand die alles kan relativeren zijn dit lastige momenten.
  • Ook tien jaar later is hij het relativeren nog niet verleerd
  • Hij had heel veel gevoel voor mijn ironie en voor mijn relativeren.
  • Hij weet dat er van hem geëist wordt te allen tijde te relativeren.
  • Hij weet dat er van hem geëist wordt te allen tijde te relativeren.
  • Ze doet haar best om de kwestie met haar dochter te relativeren.
  • Hij kan mijn sombere gedachten zo goed relativeren.
  • Het helpt je om werkproblemen te relativeren.
  • Ook heerlijk om je eigen onzekerheid eens te kunnen relativeren.
  • Ze doet haar best om de kwestie met haar dochter te relativeren.
  • Zelfs voor iemand die alles kan relativeren zijn dit lastige momenten.
  • Aan de honger in Afrika gedacht om mijn eigen leed te relativeren.
  • Wil de auteur dat dan maar allemaal relativeren?
  • Hij weet dat er van hem geëist wordt te allen tijde te relativeren.
  • Ze maakte een groots gebaar waarmee ze zichzelf wilde relativeren.
  • Het vervelendste is nog dat je deze somberheid niet kunt relativeren.
  • Het vervelendste is nog dat je deze somberheid niet kunt relativeren.
  • Zelfs voor iemand die alles kan relativeren zijn dit lastige momenten.
  • Het is relativeren zonder de druk van conclusies.
  • Het nieuws leek zijn verdriet wat te relativeren.
  • Hij wist dat dit niet het ogenblik was om te relativeren.
  • Het is nog niet de tijd om te relativeren.
  • Het helpt je om werkproblemen te relativeren.
  • Aan de honger in Afrika gedacht om mijn eigen leed te relativeren.
  • Zegt dat hij heeft leren relativeren in de sprint.
  • Ze kon het nu allemaal beter relativeren.
  • Ze maakte een groots gebaar waarmee ze zichzelf wilde relativeren.
  • Ze wist dat ze op dit moment niet kon relativeren.
  • Hij had heel veel gevoel voor mijn ironie en voor mijn relativeren.
  • Hij probeert zo de feiten te relativeren en acceptabel te maken.
  • Ook heerlijk om je eigen onzekerheid eens te kunnen relativeren.
  • Ze doet haar best om de kwestie met haar dochter te relativeren.
  • Het helpt je om werkproblemen te relativeren.
  • Het leek wel of ze elk vermogen tot relativeren miste.
  • Het vervelendste is nog dat je deze somberheid niet kunt relativeren.
  • Hij probeert zo de feiten te relativeren en acceptabel te maken.
  • Hij had heel veel gevoel voor mijn ironie en voor mijn relativeren.
  • Hij was er goed in dingen te relativeren.
  • Hij probeerde wat er gebeurd was te relativeren.
  • Ze maakte een groots gebaar waarmee ze zichzelf wilde relativeren.
  • Ook heerlijk om je eigen onzekerheid eens te kunnen relativeren.
  • Hij probeert zo de feiten te relativeren en acceptabel te maken.
  • Volgens de dj kunnen ze morgen de uitslag relativeren

Veelgestelde vragen over relativeren

Wat betekent relativeren?

De betekenis van relativeren is: Iets minder absoluut maken door het in een bepaalde context te plaatsen

Hoe gebruik ik relativeren in een zin?

Je kunt relativeren bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Aan de honger in Afrika gedacht om mijn eigen leed te relativeren."

Wat is de juiste spelling van relativeren?

De juiste spelling is: relativeren.