Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Luiden

Wij hebben 114 voorbeeldzinnen voor luiden.

Definities

  1. Doen klinken, gewoonlijk van een bel
  2. Het weerklinken van het geluid van een klok
  3. Als inhoud hebben
  4. Groep mensen

Gerelateerde woorden

Voorbeeldzinnen

  • Hij meende dat het antwoord bevestigend zou luiden.
  • Zojuist heb ik de doodsklokken horen luiden.
  • Plotseling begon er vlakbij oorverdovend een klok te luiden.
  • Hij hoort de klokken luiden en kijkt verachtelijk.
  • Tijdens het interview beginnen de kerkklokken te luiden
  • Het logische antwoord moest helaas ontkennend luiden.
  • Hij was helemaal opgetogen en begon een bel te luiden.
  • Het meisje schrok op toen ze ineens een klok hoorde luiden.
  • Het verhaal zal luiden dat ze jullie bediende is.
  • Ze hadden voor jou de kerkklokken moeten luiden.
  • Zesentwintig minuten later begonnen de klokken te luiden.
  • We hebben nog veel alarmbellen te luiden over de economie
  • Nog even en de Ochtendklok zou luiden en dan zou de poort opengaan.
  • Hij miste het uurglas op het schip en het luiden van de bel.
  • En mensen wisten de betekenis van kleppen of luiden.
  • En hoe gaat de doopnaam van dit lieve ventje luiden?
  • Het is anders dan het luiden van een kerkklok
  • Achter haar begonnen de noodklokken in de vesting te luiden.
  • Ze zouden samen slechts één bel kunnen luiden.
  • Het volk hief een luiden jubelkreet aan.
  • Hij was er vast van overtuigd dat het antwoord ontkennend zou luiden.
  • Het klonk als het luiden van een doodsklok.
  • Het antwoord moest luiden dat hij dat juist wel probeerde.
  • De kerkklok begon te luiden en ik schrok ervan.
  • Hij wist hoe zijn antwoord had moeten luiden.
  • Zo zal het nieuws luiden en iedereen haalt weer opgelucht adem.
  • Ook de kerkklokken op de friese weiden luiden.
  • Precies op dat moment beginnen de klokken te luiden.
  • Op dat moment begonnen de kerkklokken te luiden.
  • In de hoofdstad luiden de klokken en staat het openbaar vervoer een minuut stil
  • Zo luiden de officiële rapporten tenminste.
  • Op dat moment begon de doodsklok te luiden.
  • Ze wist dat het luiden tot in het bos gehoord kon worden.
  • Juist kondigde het luiden der klok de opening der markt aan.
  • Nu luiden er geen klokken en het dagelijks leven gaat gewoon door.
  • Het antwoord kan telkens weer anders luiden.
  • Het luiden van de kerkklok gaf het begin van de les aan.
  • Hij zou niet weten hoe het antwoord moest luiden.
  • Ze wist nog steeds niet hoe de woorden zouden luiden.
  • Hij schrok toen de kerkklok begon te luiden.
  • Ook de theaters en concertzalen luiden de noodklok
  • Heel vaak beginnen tegen middernacht klokken te luiden.
  • Heel ver weg hoorde hij doodsklokken luiden.
  • Ze voelde echter duidelijk wie welke bel zou moeten luiden.
  • Ik wist natuurlijk al hoe mijn stem zou luiden.
  • Het had geen zin om de bel opnieuw te luiden.
  • De klokken luiden als ze langs de kerk rijden.
  • Verderop begonnen de kerkklokken te luiden.
  • Ze slaan meer acht op paarden dan op kleine luiden.
  • Het antwoord moet weer luiden dat ik geen flauw idee heb.
  • Hij wist echter niet hoe zijn antwoord moest luiden.
  • Ik weet dat het voor ons beiden Ook eenmaal luiden zal.
  • De klok begon in haar hoofd steeds luider te luiden.
  • Het luiden van een klok bij het krieken van de dageraad.
  • De klokken bleven nog lange tijd luiden.
  • Hiermee luiden zij het einde van de ramadan in
  • Het klonk als het luiden van een uitvaart.
  • Zo zou de beginzin kunnen luiden van een artikel in een vrouwenblad.
  • Om tien uur hoorde ze de kerkklok in de stad galmend luiden.
  • Het klonk als een gedempt luiden van kerkklokken in de verte.
  • In Groningen ging het mis bij het luiden van de klokken
  • Waarom toch steeds maar weer de noodklok luiden?
  • Toch scheen ergens in de verte een bel te luiden.
  • Ten teken daarvan zou ik de klokken luiden.
  • De klokken in de campanile begonnen te luiden.
  • Ik verwachtte de hele tijd dat ze zouden gaan luiden.
  • Het luiden van de klok had inmiddels opgehouden.
  • Nu pas hoorde hij de kerkklokken luiden.
  • Ze glimlachte in het donker toen de klokken weer begonnen te luiden.
  • Die begonnen om middernacht ineens te luiden
  • Hij hoorde dat de kasteelklokken het tiende uur begonnen te luiden.
  • Het eerste luiden voor de mis van zeven uur.
  • Bijna op hetzelfde ogenblik begon een alarmklok te luiden.
  • Inwoners van Dronten hebben twee uur naar het onophoudelijke luiden geluisterd
  • Over twintig minuten zouden de klokken gaan luiden.
  • De paarden en de kleine luiden hadden het het zwaarst.
  • Ook de komende twee woensdagen zullen de kerkklokken luiden
  • Kerken in het gebied zullen de klokken luiden
  • Toen hoorde ze ergens in de verte klokken luiden.
  • Op dat ogenblik begon de avondklok te luiden.
  • Ze waren opgehouden met het luiden van de klok.
  • De titel zou kunnen luiden Op de gewone tijd.
  • Ze hoorde opnieuw het trieste luiden van de kloosterklok.
  • En opeens begonnen alle kerkklokken te luiden.
  • Hij zou een bel moeten luiden terwijl hij daar liep.
  • Een keer stond er een op om een bel te luiden.
  • Bereid je er maar op voor dat ze de kerkklok zo meteen luiden.
  • Zonder overigens aan te geven hoe die dan moest luiden.
  • Toen ze aankwam bij het altaar begon de kerkklok te luiden.
  • In de verte hoorden ze de noodklok van de abdij luiden.
  • Ze had het carillon van de klokketoren horen luiden.
  • Het was alsof je een torenklok vermaande niet te luiden.
  • Europese natuurorganisaties luiden nu de noodklok bij de Europese Unie
  • Het was het eerste lange luiden waaraan ik meedeed.
  • Hij trok zijn versleten jas uit en begon met het luiden.
  • Ze keek als een kind dat de schoolbel hoort luiden.
  • Het kon hem niet schelen hoe het finale verdict zou luiden.
  • Plotseling hoorde ze de brandklok op de heuvel luiden.
  • Ze vallen door de lucht wanneer de klokken luiden.
  • Hij had er geen moment aan getwijfeld hoe haar antwoord zou luiden.
  • Nog even en de klokken zouden luiden voor de terts.
  • Het allereerst moeten we de alarmklok luiden.
  • Ze drukte op de deurbel en hoorde de dingdong luiden.
  • Het geluid was als het luiden van een doodsklok.
  • Vaag meende hij het luiden van een kerkklok te horen.
  • Het antwoord zal hoogst waarschijnlijk ja luiden.
  • Ze luiden de klokken vast voor de vrede!
  • Nu geloofde zij dat het antwoord bevestigend moest luiden.
  • Ieder moment kunnen de klokken luiden dat de priesters er zijn.
  • Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd besloten de klok juist wel te luiden
  • Ze weten maar al te goed hoe de orders van onze hoogste chef luiden.
  • Het was bijna tijd om de klok te luiden!
  • Het was alsof hij een doodsklok hoorde luiden.
  • Op deze website kun je zien of en hoe laat de klokken in jouw gemeente luiden

Gerelateerde woorden

Veelgestelde vragen over luiden

Wat betekent luiden?

De betekenis van luiden is: Doen klinken, gewoonlijk van een bel Het weerklinken van het geluid van een klok Als inhoud hebben Groep mensen

Hoe gebruik ik luiden in een zin?

Je kunt luiden bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Hij meende dat het antwoord bevestigend zou luiden."

Wat is de juiste spelling van luiden?

De juiste spelling is: luiden.