Voorbeeldzinnen
- Ze wierp een snelle blik op hem en glimlachte vriendelijk.
- Ik glimlachte naar haar en zij
- Ze bekeek mijn outfit van top tot teen en glimlachte.
- Bij de herinnering daaraan glimlachte ze.
- Ze zag er aardig uit en glimlachte onder haar werk.
- Hij keek naar haar op en ze glimlachte hem bemoedigend toe.
- Hij glimlachte bij de herinnering aan die muziek.
- Of hij nu glimlachte of een strak gezicht trok.
- Hij glimlachte om de verwijzing naar de boektitel.
- Ze hield haar hoofd schuin en glimlachte breeduit.
- Hij knikte en glimlachte en bekeek me een hele poos.
- Hij glimlachte en ging op een bankje tegenover me zitten.
- Hij klopte me op mijn schouder en glimlachte terug.
- Hij glimlachte en liet mijn fouten verder rusten.
- Hij glimlachte en keek me dreigend in de ogen.
- De geleerde glimlachte toen hij hen zag naderen.
- Ze glimlachte en alle tekenen van hysterie waren verdwenen.
- Na een aantal verjaardagen glimlachte hij.
- Hij keek op en glimlachte toen hij mij herkende.
- Hij glimlachte en deed een stapje naar achteren.
- Ze glimlachte toen hij haar echte naam gebruikte.
- Ze klopte op haar dochters hand en glimlachte toegeeflijk.
- Ze schudde haar hoofd en glimlachte trillerig.
- Ze glimlachte hem toe en fronste haar wenkbrauwen.
- Hij draaide zich om en glimlachte haar zelfverzekerd toe.
- Hij glimlachte en toonde een opmerkelijk gaaf gebit.
- Ze haalde haar schouders op en glimlachte naar hem.
- Ze glimlachte en heel even sloeg ze haar ogen naar hem op.
- Hij glimlachte een beetje verontschuldigend.
- Ze ging op haar stoel zitten en glimlachte gelukzalig.
- Het meisje glimlachte terug en knikte gretig.
- Hij glimlachte alsof hij iets leuks zag gebeuren.
- Zuster Pomeroy glimlachte hoofdschuddend.
- Ze deed haar ogen open en glimlachte tegen hem.
- De generaal keek hem vriendelijk aan en glimlachte.
- Hij glimlachte en boog opnieuw voor de beide vrouwen.
- Hij glimlachte en keek een andere kant op.
- Hij glimlachte zijn charmantste glimlach.
- Hij glimlachte en gaf haar een tikje op haar bibs.
- Hij glimlachte en keek toen weer ernstig.
- Hij stak zijn hand uit en glimlachte ondeugend.
- Hij glimlachte toen hij haar zag binnenkomen.
- Hij glimlachte niet en gaf ook geen hand.
- Ze glimlachte voor het eerst sinds haar bizarre ervaring.
- Hij glimlachte uit de verte naar een vertrekkende bezoeker.
- Hij glimlachte even over zijn eigen wreedheid.
- Ik wil al met vrijen sinds je gisteren naar me glimlachte.
- Hij glimlachte naar me en ik zag hoe hij op me neerkeek.
- Ze glimlachte en hij voelde zich draaierig.
- Ze glimlachte en er verschenen kuiltjes in haar wangen.
- Ze deed haar ogen open en glimlachte hem toe.
- Ze glimlachte zo vriendelijk mogelijk en keek Owaen aan.
- Hij glimlachte en ging op de rand van het bed zitten.
- Hij hief met een ruk zijn hoofd op en glimlachte moeizaam.
- Zatcheka keek haar even onderzoekend aan en glimlachte.
- Hij knipperde een paar keer met zijn ogen en glimlachte.
- Hij glimlachte op zijn meest angstaanjagende manier.
- Ze glimlachte warm en stak haar hand uit.
- Bij gebrek aan een antwoord glimlachte ik flauw.
- Ze glimlachte vriendelijk en klopte me op de schouder.
- Hij glimlachte en het leek oprecht gemeend.
- Ze maakte een lichte buiging en glimlachte.
- Hij voelde zichzelf weer hard worden en ze glimlachte.
- Hij legde zijn bestek op tafel en glimlachte vermoeid.
- De historicus glimlachte en stak over tafel zijn hand uit.
- Hij glimlachte en wees naar de dampende kopjes op tafel.
- De dikke monnik keek om en glimlachte welwillend.
- De oude wiskundige glimlachte flauwtjes.
- Ze glimlachte bij het vooruitzicht van opwindend nieuws.
- Ze glimlachte droevig door haar tranen heen.
- Hij keek haar even aan en glimlachte neutraal.
- Ze glimlachte professioneel en liep het dek af.
- Ze haalde een paar keer hoorbaar adem en glimlachte beverig.
- Hij glimlachte naar me en klopte twee keer op de deur.
- Hij blikte achterom en glimlachte charmant.
- Hij ademde de koude nachtlucht in en glimlachte.
- Ze nam een slokje van haar wijn en glimlachte naar me.
- Bhanjan glimlachte en schudde zijn hoofd.
- De jonge vrouw legde haar boek neer en glimlachte.
- De senator glimlachte en bette zijn mond met een servet.
- Hij nam een slokje koffie en glimlachte.
- De donkerharige heer achter het stuur glimlachte niet.
- Hij glimlachte haar ondeugend toe en wees.
- Ze glimlachte even en liep naar de lift.
- Hij legde een hand op haar schouder en glimlachte.
- Hij glimlachte geruststellend en schudde zijn hoofd.
- Ze glimlachte en stak haar armen naar hem uit.
- Ze glimlachte dankbaar en boog haar hoofd.
- Ze glimlachte naar haar eigen spiegelbeeld.
- Ze glimlachte en keek naar de twee slapende kindjes.
- Hij glimlachte bij het schijnsel van zijn sigaret.
- Hij schudde traag zijn hoofd en glimlachte.
- Ze liep naar hem toe en glimlachte verleidelijk.
- Hij glimlachte vertederd naar zijn kordate grootmoeder.
- De jonge vrouw glimlachte verontschuldigend.
- De man was onder de indruk en glimlachte breeduit.
- Ze glimlachte triest en keek weer naar buiten.
- Ze kneep haar ogen tot spleetjes en glimlachte.
- Ze keek naar hem en glimlachte vol genegenheid.
- Hij glimlachte alsof hij wist wat ze dacht.
Gerelateerde woorden
Veelgestelde vragen over glimlachte
Wat betekent glimlachte?
De betekenis van glimlachte is: Zacht onhoorbaar lachen
Hoe gebruik ik glimlachte in een zin?
Je kunt glimlachte bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Ze wierp een snelle blik op hem en glimlachte vriendelijk."
Wat is de juiste spelling van glimlachte?
De juiste spelling is: glimlachte.