Zinsverbanden.nl logo
Zinsverbanden.nl

Bel

Wij hebben 123 voorbeeldzinnen voor bel.

Definities

  1. De deurbel over laten gaan, schellen, aanbellen
  2. Door middel van een bel een signaal geven
  3. Iemand opbellen, telefoneren naar of met iemand
  4. Door middel van een bel roepen
  5. Een van de vier duitse kleuren in het kaartspel
  6. Blaffen

Gerelateerde woorden

Voorbeeldzinnen

  • Verzenuwd bel ik toch nog een paar vrienden en familieleden.
  • Ze legde de bel boven op de overgebleven bloemen.
  • Ze had zich een bel van lucht gemaakt waarin ze stond.
  • De bel galmde door de stille hal binnen.
  • Ik bel eerst om hem te zeggen wat we nodig hebben.
  • Ik bel je wel om de details door te geven.
  • Ze schrok van het merkwaardige hese gezoem van de bel.
  • Vorige week trokken leraren aan de bel over passend onderwijs
  • Ik bel opnieuw als ik je iets concreets te vertellen heb.
  • Ik bel nog wel en dan kunnen we misschien samen lunchen.
  • Ze lopen ook gezamenlijk de school binnen als de bel gaat.
  • Ik ga naar het toilet en bel mijn vrouw.
  • Ze sprong verheugd overeind toen de bel ging.
  • Hij staat met zijn hand net boven de bel.
  • Ze hoorde de bel binnen zwakjes klingelen.
  • Ik haal even diep adem en leg rustig uit waarvoor ik bel.
  • Ik loop naar het kantoortje en bel de ok.
  • Gisteren trok ook de kinderombudsvrouw hierover al aan de bel
  • Ze weten slecht waar ze aan de bel moeten trekken en leven geïsoleerd
  • Ik druk op de bel en sta te springen van opwinding.
  • Een kunsthistoricus zag het op internet en trok aan de bel
  • In paniek legde ze de bel het zwijgen op.
  • Ik zat naar een film te kijken toen de bel ging.
  • Volgens Grü bel gaat het om een misdrijf en kun je je daar slecht tegen wapenen
  • In het inwendige van het pand luidde een bel.
  • Hij stond er nog steeds toen de bel ging.
  • Op dat moment ging de bel van de voordeur.
  • Ik bel nog wel om te vragen hoe het is afgelopen.
  • Twee jaar later kreeg hij opnieuw klachten en trok hij aan de bel
  • De jongen werd wakker door de ratelende bel.
  • Het is niet de eerste keer dat de vakbond aan de bel trekt
  • Ik bel je geregeld om te horen of alles goed gaat.
  • Hij vloekte hardop en drukte vervolgens op de bel.
  • Bij de vierde bel had hij zich afgeveegd.
  • Ik bel regelmatig met haar en krijg dan ook de twee kindjes even aan de lijn
  • We zien ook dat als de versoepelingen komen mensen gelijk aan de bel trekken
  • We vinden de hengel en dan bel ik de politie.
  • Inwoners trokken bij de gemeente aan de bel en kregen daarop een nieuwe pas
  • Toen drukte hij op de bel en wachtte nog wat langer.
  • Vorige week trok ook ouderenorganisatie ANBO aan de bel
  • Vorige week trokken beveiligers van de luchthaven nog aan de bel
  • Op dat moment ging de bel voor de pauze.
  • Hij zou een bel moeten luiden terwijl hij daar liep.
  • Terwijl hij daarmee bezig was ging de bel
  • Fietsen zonder bel is volgens de politie beduidend minder onveilig
  • Niet veel later ging bij de aangeslagen man opnieuw de bel
  • Ze liet de bel weer in haar schoudertas vallen.
  • Ik had eerder aan de bel moeten trekken.
  • De bel hielp me vrijwel acuut terug in mijn normale doen.
  • Zo trok de vakbond FNV eerder al aan de bel
  • Ik wilde net onze borden opscheppen toen de bel ging.
  • Hij luidde de bel voor de opening van de handel
  • Het geluid van de bel wordt opnieuw het huis in geslingerd.
  • Ook de gemeenten hebben niet aan de bel getrokken
  • En de bel op het stuur mist het metalen kapje.
  • I en klas behoorde in het lokaal te zitten tot de bel ging.
  • Ze wachtten terwijl ik op de echoende bel drukte.
  • Nog een kik en ik bel de politie en laat je opsluiten.
  • Toch ziet recherchechef Kraag reden om juist nu aan de bel te trekken
  • Net toen hij klaar was en er weer uit kwam ging de bel.
  • En ik bel u nu op omdat de zaak me heel dringend lijkt.
  • Ze zouden samen slechts één bel kunnen luiden.
  • Ik bel je wel als hij wakker is en van huis gaat.
  • Het is niet voor het eerst dat zij aan de bel trekken
  • Ze waren halverwege de zwaardvis toen de bel ging.
  • Accountants moeten sneller aan de bel trekken bij mogelijke misstanden
  • Hij draaide de knop om die de bel doorzichtig zou maken.
  • Ik bel met de telefoon van iemand anders.
  • Een privacydeskundige van de politie trekt in een interne brief aan de bel
  • Eerder vandaag trok politievakbond ACP al aan de bel over het illegale vuurwerk
  • Het is niet voor het eerst dat de FNV aan de bel trekt
  • Vorig jaar trok de Consumentenbond ook aan de bel
  • Ze fronste haar voorhoofd en luidde opnieuw de bel.
  • Ze drukte op de bel van de winkel en wachtte.
  • Ik bel je op in een telefooncel tegenover het huis.
  • Ze leunde voorover en nam op bij de tweede bel.
  • Een paar seconden later ging de bel weer.
  • Na een hele tijd wachten drukte hij nogmaals op de bel.
  • Hij vertelde daarin over het ontwerp en de bel en verdedigde dat ontwerp
  • Hij had al een bel in zijn hand en luidde deze.
  • Het geluid van de bel was een onwelkome onderbreking.
  • Hij zit in de brugklas en wacht op de bel die de schooldag inluidt
  • Ze voelde echter duidelijk wie welke bel zou moeten luiden.
  • Hij neemt zelfs niet op als ik hem op zijn mobieltje bel.
  • Ik bel de familie dat ik helaas niet kan komen.
  • Ik bel je morgen als ik uit de rechtbank weg ben.
  • Of ligt ze nog in bed en hoort de bel niet.
  • Een twitteraar trok gisteren aan de bel over de kaart
  • Toen Ze haar tovermacht richtte was de bel opengebroken.
  • Gisteren trokken instanties nog landelijk aan de bel
  • Ik bel even later de zusterpost van het ziekenhuis.
  • Uit de kamer naast haar klonk het geluid van een bel.
  • Net als de andere kinderen kwam en ging ze met de bel.
  • De bel ging diverse keren voor het geluid tot hem doordrong.
  • Een ouder trok daarover bij Unilever aan de bel
  • Of anders bel ik jou wel om een afspraak te maken.
  • Hij miste het uurglas op het schip en het luiden van de bel.
  • Over problemen rond verhuizen trok de bond eerder aan de bel
  • Tot mijn verbazing nam ze de telefoon bij de tweede bel op.
  • Ondertussen drukte ze nog een keer op de bel.
  • Die verzekeraar wijst vervolgens naar instellingen die niet aan de bel trekken
  • Ik bel haar later wel vanuit ons huurhuis.
  • Toen hij de deur openduwde ging er een bel.
  • We hadden nog vijf minuten tot de eerste bel ging.
  • Ga naar huis en bel me morgenmiddag om twaalf uur.
  • Ze ontwaakte uit haar gepeins door het geluid van de bel.
  • Het komt ook voor dat derden aan de bel trekken bij een buurtbemiddelaar
  • Hij liep naar de voordeur en drukte op de bel.
  • Een collega ontdekte de valse facturen en trok aan de bel
  • Ik zal het proberen en bel je morgenochtend weer.
  • Toen er niet werd opengedaan drukte hij nogmaals op de bel.
  • Eerder trok ook de GGD in Gelderland aan de bel
  • Ik bel die miep van het reisbureau nog wel even.
  • Nu de voornaamste reden waarom ik je bel.
  • In de bel zit mogelijk twee tot vier miljard kubieke meter
  • In de zeven jaar daarna durven de zusjes niet meer aan de bel te trekken
  • Ook de branchevereniging van fysiotherapeuten trok aan de bel
  • Hij stond op en reikte naar de bel naast de voordeur.
  • Ik zorg voor brood en koffie en ik bel de politie.
  • De piano heeft het geluid van de bel bijna overstemd.
  • En je bel is slechts een van de fietsonderdelen die in orde moeten zijn
  • Probeer iets te vinden en bel me later terug.
  • Die trekken ook bij hun regering aan de bel

Veelgestelde vragen over bel

Wat betekent bel?

De betekenis van bel is: De deurbel over laten gaan, schellen, aanbellen Door middel van een bel een signaal geven Iemand opbellen, telefoneren naar of met iemand Door middel van een bel roepen Een van de vier duitse kleuren in het kaartspel Blaffen

Hoe gebruik ik bel in een zin?

Je kunt bel bijvoorbeeld gebruiken in deze zin: "Verzenuwd bel ik toch nog een paar vrienden en familieleden."

Wat is de juiste spelling van bel?

De juiste spelling is: bel.